BINNEN EN BUITEN

Toen ik onlangs in Belgie was werd me vaak gevraagd wat de Amerikanen dachten over het Belgische onvermogen om een regering te vormen. “Ze begrijpen er zeker niets meer van”, zei iemand me in Gent, “ik trouwens ook niet.” Ik moest bekennen dat de Amerikanen er niet wakker van liggen. De Belgen die ik ontmoette overigens evenmin. Een regering is blijkbaar niet zo onmisbaar.

Nog geen enkele Amerikaan heeft me gevraagd wat er aan de hand is in mijn landje. In de media wordt er haast geen aandacht aan besteed. Ik spitste dan ook mijn oren toen National Public Radio vanmiddag een segment aankondigde over de politieke situatie in Belgie. De studiogast was de Brusselse correspondent van het Britse blad The Economist die de zaak in een notedop samenvatte: Vlamingen en Walen zijn als ouders die elkaar haten maar voorlopig bijeen blijven omwille van het kind –Brussel. Zo werd het begrijpelijk want elkaar hatende volkeren, daar hebben we de laatste tijd veel ervaring mee. De twee landsdelen hebben niets gemeen, zei meneer Green. Ze mengen niet. Wat cultureel met Belgie geassocieerd wordt,is eigenlijk Vlaams (sorry Magritte, Franck, Rops,Simenon, Hergé etc).Als je in Vlaanderen frans spreekt, krijg je een ijzige blik… Enzovoort.

Cliché’s zijn verleidelijk en als je een plaats niet van binnen uit kent door er te wonen, grijp je er wellicht sneller naar. Kon National Public Radio nu werkelijk in heel Amerika niet één Belg vinden was die in staat was om toestand in zijn land op een heldere, onpartijdige en genuanceerde manier toe te lichten? Niet naar mij kijken. Ik ben een buitenstaander.

Onlangs kreeg ik onder mijn voeten van een lezer uit Antwerpen die mijn column van twee weken geleden over mijn laatavondwandelingen door zijn stad niet gesmaakt had. "Je woont de meeste tijd in NYC, wat weet je over het dagelijks leven te Antwerpen..." schrijft Jef, "Voor de meeste mensen zijn de buurten om te wandelen heel selectief... Schrijf over de States daar woon je." Maar voor een andere (ex-) Antwerpenaar, ook een Jef, had de column mooie herinneringen opgerakeld aan zijn jeugdjaren in de buurt van het Conincksplein, kort na de tweede wereldoorlog. Hij vertelt over de zondagswandelingen aan de hand van zijn vader, een meestergast in een diamantsslijperij. Moeder ging niet mee, die haatte de stad. Ze vermeden het 'gevaarlijke Coninckspleintje' vanwege de cafés, de "uffra's'" en de zatte matrozen en bleven vaak hangen aan de ingang van de Zoo waar soms attracties stonden om mensen te lokken. Een aap, een olifant, “of ook wel 's een neger in circuspak..." Ze wandelden door de jodenbuurt. In de Pelikaanstraat snoven ze de heerlijke chocoladegeur uit de Cote d’Or-fabriek aan de andere kant van de spoorweg. In het park huurde vader een roeibootje, een avontuur dat voor moeder geheim moest blijven. Door de smalle straatjes kuierden ze naar de Schelde. "Als we geluk hadden lag er een witte Congoboot." Met de overzet gingen ze naar de linkeroever. Hij herinnert zich geen industriele stank, wel geuren van paarden en water. “By Night heb ik geen herinneringen”, schrijft Jef, “behalve één keer, een oudejaarsavond…” Na een felle ruzie met moeder zette vader zijn zin door en ging met Jefke naar de kaaien om het vuurwerk op de Schelde te zien. "Dat vuurwerk was om te sterven", schrijft Jef, "zo mooi..."

Een andere Antwerpse lezer werd ook nostalgisch van mijn column. Vroeger was Antwerpen volgens hem meer open en verdraagzaam. “In de tijd dat er nog schepen kwamen en de zeelui van over heel de wereld in Antwerpen even hun thuis vonden, dan was het beter", schrijft Remy. Hij herinnert zich hoe hij als kind met de bus uit Hemiksem langs de zuiderdokken de stad inreed: hoe feestelijk het zicht van die bootjes was. Hij is wel blij dat Antwerpen kleurrijker is geworden. Hij houdt van de verscheidenheid van de mensen, het geeft hem een kriebelend, grootstedelijk gevoel. Als de stad zich nu eens zou inspannen om haar kleurrijke buurten wat netter te houden, dan zouden het onveiligheidsgevoel en de verzuring volgens Remy al een stuk verminderen. En wat meer groen, hier en daar een klein parkje, “het moet geen grote boom zijn, een fikse struik is al genoeg”.

Remy is blij dat ik dit keer met mooiere herinneringen uit Antwerpen vertrok maar dat zette lezer Tom uit Zele dan weer aan om me te waarschuwen dat ik me geen zand in de ogen mag laten strooien. Hij schildert in zijn mail een somber beeld van de Belgische situatie. De Vlamingen worden volgens hem met de dag meer bekrompen. “ Het gaat niet goed met de wereld”, gaat hij bezorgd verder, "…ik geef de schuld aan één man, juist ja Bush". Bush alweer, Tom? Zo wordt het begrijpelijk, want daar hebben we ervaring mee. Op zijn minst kan Tom zich koesteren aan de verwachting dat alles spoedig beter zal gaan: nog een jaartje en Bush gaat op pensioen. En dan zal er overal vrede uitbreken en zal in Belgie een regering de eed afleggen.

3 december 2007