Plaats genoeg, zo lijkt het, om aan heel wat nieuwkomers onderdak te bieden. Maar zo’n maatregel zou wellicht gebrandmerkt worden als “pamperbeleid”. Dat is een nieuw woord dat ik tijdens mijn recent verblijf in Belgie geleerd heb. Het slaat niet op een milieuvriendelijke oplossing voor de tonnen vuile pampers die elke dag worden weggegooid, wel op een al te vriendelijke accomodatie van nieuwe immigranten. Waar dat ‘pamperbeleid’ gevoerd wordt, is me niet duidelijk geworden. In elk geval niet in Oostende. Daar schuilen politieke en ekonomische vluchtelingen die hopen als verstekelingen in Engeland te geraken in de parken. Onder struiken in het Maria Hendrika-park zie ik sporen van hun verblijf. Geen pampers maar lege conserveblikken, kussens, flarden toiletpapier. Een kunstenaar die er in het SMAK een installatie van maakt zou wellicht sukses oogsten.
Voert de Gentse OCMW een pamperbeleid? Vlaams Minister van Bestuurszaken Geert Bourgeois vindt van wel. Enkele dagen geleden vernietigde hij een taalrichtlijn van de OCMW-raad. Daarin zetelen wijze mensen die uit ervaring hebben geleerd dat een stad beter draait als nieuwe bewoners, indien nodig, in hun eigen taal geholpen worden om hun weg te vinden. Zeker als het over complexe zaken gaat. Van Bourgeois mag een andere taal dan het Nederlands slechts 'bij uitzondering' gebruikt worden. Zo weinig vertrouwen in de levenskracht van onze taal heeft hij, dat hij ze met zo’n kleinzielig verbod meent te moeten beschermen.
Twee dagen later sta ik weer in New York. De zon die tijdens gans mijn verblijf in Belgie dapper geschenen heeft, is me tot hier gevolgd. Iedereen is blij dat het eindelijk mooi weer is. In de luchthaven geniet ik van de grote varieteit aan mensen, talen en accenten. Zelfs het personeel is afkomstig uit diverse uithoeken van de wereld. Mijn taxichauffeur komt uit Myanmar. Het land heette nog Birma toen hij er in de jaren 1970 met zijn ouders weg ging. Hij is nooit terug gegaan.
New York is natuurlijk Gent niet. Haar bevolking is 33 keren groter en bestaat voor meer dan 40 procent uit immigranten. Maar geen beleidsmaker die er hier ook maar aan zou denken om te bepalen dat een andere taal dan het Engels slechts ‘bij uitzondering’ mag gebruikt worden. Dat zou om problemen vragen zijn. In plaats daarvan worden overheidsformulieren opgesteld in meer dan tien talen. Er is het gratis en veel gebruikt telefoonnummer 311, waar men dag en nacht terecht kan met alle vragen over de stad en haar diensten, in vele talen- zelfs Nederlands. Het stadsbestuur blijft werken aan drempelverlaging. Onlangs lanceerde het een 1 miljoen dollar kostend nieuw initiatief dat "One New York City, One Nation" heet. Het is een informatiecampagne waarbij verantwoordelijken van de stad op bijeenkomsten in buurten van nieuwe immigranten-buurten polsen naar de voornaamste bekommernisssen en uitleggen hoe de verschillende stadsdiensten werken, wat de rechten en plichten van de mensen zijn, waar ze terecht kunnen voor Engelse les, hoe ze een bankrekening kunnen openen etc. Zijn de stadsverantwoordelijken de taal van de gemeenschap niet machtig dan laten ze zich bijstaan door tolken. Uit de eerste vergaderingen bleek dat veel immigranten de politie wantrouwen, weinig of niet betrokken zijn in het lokaal beleid en grote nood hebben aan juridische hulp met hun immigratie-problemen. Op de bijeenkomst voor Haitianen werd gevraagd wie wist dat de New Yorkse politie maandelijks in elk van haar districten open bijeenkomsten houdt. Niemand stak zijn hand op. Zelf ben ik naar verschillende van die vergaderingen geweest. De mensen namen er geen blad voor de mond, ongeacht of ze vlot of gebrekkig Engels spraken, of een andere taal die vertaald werd.
Voert New York een 'pamperbeleid' ? Volgens de stedelijke overheid is het vooral een efficient beleid. Ze wil dat de nieuwkomelingen zo snel mogelijk meedraaien in de locale economie. En ze heeft genoeg vertrouwen in haar eigen dynamisme om zich niet bedreigd te voelen door andere talen.
24 Mei 2011