Even geduld


In de rest van New York scheen de zon maar over de JFK-luchthaven hing een mist zo dik als erwtensoep.

Geen weer om in op te stijgen, zo bleek, want twee uren na het voorziene vertrekuur stond ons vliegtuig nog steeds op de startbaan. Ik zat aan het raampje. Tom zat naast me. Zoals gewoonlijk ging hij meteen aan de praat met de onbekende naast hem. Op onze laatste vliegreis zat hij naast een Peruaans meisje. Als je hen had zien zitten kletsen in het Spaans, beiden ontspannen achterover geleund, zou je gezworen hebben dat ze elkaar al jaren kenden. Dat makkelijk met vreemden omgaan heeft Tom van zijn vader. Zijn pa zou ook nu goedkeurend hebben toegekeken hoe zijn zoon instant-vriendschap sloot met zijn tijdelijke Russische buurvrouw, een geblondeerde dikke dame die Vika heette. Ze had lange roze nagels en tussen haar voeten stond een geruite tas waarin Zana zat, haar stokoud schoothondje. Vika was gecharmeerd door Toms pogingen om de krantekoppen te lezen in haar Russisch sensatieblad. Ze hielp hem zoals een geduldige lerares een vlijtige leerling. Dat hij sommige letters herkende vond ze al een hele prestatie. Ze was op bezoek geweest bij haar dochter in New Jersey en keerde nu terug naar huis. Thuis was Antwerpen, een stad die ze ver boven New york prefereerde. Ze woonde er al jaren maar sprak slechts een mondjevol Nederlands. Haar Engels was nochtans niet slecht. “Nederlands zeer moeilijk”, zei ze en ik knikte begrijpend. Ik zou ook moeite hebben met haar moedertaal. De Russische les werd af en toe onderbroken door de stewards die in drie talen lieten weten hoe lang het nog zou duren eer we zouden opstijgen. Dat varieerde nogal. Nu eens voorspelden ze een kwartier, dan een uur, dan weer 10 minuten; er zat geen lijn in. De eerste steward deed dat in een geaffecteerd Engels met een Duits accent. Hij werd gevolgd door een dame die Frans sprak met een Quebecois accent. Tenslotte was het de beurt aan een Nederlandstalige vrouw die, aan haar zinsbouw te horen, van Oost-Europese komaf was en, aan haar accent te horen, haar Nederlands in West-Vlaanderen had geleerd. Telkens ze sprak zag ik verschillende Vlamingen in het vliegtuig glimlachen. Zo hielp ze de tijd passeren. Ik moest denken aan een Albanese jongen die me vertelde dat, toen hij als kersvers immigranten-kind Nederlands leerde op een Brugse school, hij aan zijn juf vroeg of hij ook de taal kon leren die de kinderen op de speelplaats spraken. Telkens ik in Vlaanderen kom, realiseer ik me dat je hier als immigrant om behoorlijk te functioneren bijna verplicht bent om twee talen te leren. Voor een immigrant in Amerika is het een stuk eenvoudiger. Engels is Engels. Natuurlijk zijn er regionale accenten maar die zijn niets vergeleken met de hindernissen-koers van de telkens weer andere dialecten in het voorschoot-grote Vlaanderen. Chapeau dus voor mensen zoals onze stewardess of die Albanese jongen die toen ik met hem sprak, al heel goed Brugs kon.

Al te gauw worden mensen verleid tot grove veralgemeningen. Ik was nog geen 24 uren in Belgie of ik hoorde al iemand beweren dat ‘de immigranten’ weigeren om Nederlands te leren. Uit ‘imperialisme’ dan nog wel. Een vriendin die Nederlandse les geeft aan immigranten zei dan weer dat haar studenten alvast hard hun best doen. Een goede lerares helpt natuurlijk en dat is ze wellicht want op het einde van de kursus verwennen haar studenten haar telkens met bloemen en gebak. Nog iemand vertelde over een Afrikaanse die er op staat om in het Nederlands te telefoneren, “zodat het gesprek veel langer duurt”.

Er is aan beide kanten geduld en humor nodig om een taal te leren. De karwei is nooit af. Na dertig jaar in Amerika leer ik zelf nog voortdurend bij. Onlangs aan tafel bij New Yorkse joden was ik stomverbaasd toen mijn vrienden schaterlachten omdat ik iets zei over vers-geperst sinaasappelsap. ‘Dat had Hitler kunnen zeggen”, zei een van hen. Bleek dat, als ik “freshly pressed orange juice” wou zeggen, in feite “freshly pressed orange Jews” zei. Wat iets heel anders is. Maar in de uitspraak is het verschil subtiel. Ik heb het nog altijd niet perfect onder de knie.

3 Mei 2011