Zand Erover

De High Line is een vijf kilometer-lange, in onbruik geraakte spoorweg op poten die kronkelt door het Meatpacking District en Chelsea, twee van de hipste buurten in Manhattan. In de zomer groeien er ongestoord veldbloemen en groen allerlei. Vogels bouwen er lustig hun nesten hoog boven het verkeer. In de winter wordt de sneeuw er nooit platgetrapt. De spoorweg is verboden terrein voor het publiek. Hij werd 66 jaar geleden aangelegd. Treinen brachten goederen –van graan tot levend vee- vanuit het binnenland. De sporen liepen dwars door de eerste verdiepingen van de pakhuizen en slachterijen, zodat de goederen meteen ter bestemming waren. In 1960 tjokte de laatste trein over de High Line. New York had er weer een industriele reliek bij, het zoveelste verroeste symbool van het verval van de stad. Het scheelde niet veel of de High Line werd afgebroken. Dat dit niet gebeurde, was vooral te danken aan het verzet van een actiegroep, de ‘Friends of the High Line’, die van de spoorweg een groen wandel- en fietspad wilden maken. Het leek een utopische droom maar het plan werd onlangs goedgekeurd. Het wisselende lot van de High Line weerspiegelt hoe de stad zelf is veranderd. In de decennia waarin de spoorweg stond te verroesten, kampte New York met geldtekort, misdaad en andere vormen van verval. Vele welstellende New Yorkers trokken weg naar de buitenrand, waar het rustiger en veiliger was. Vandaag is er omgekeerde migratie aan de gang. Nu New York weer rijker en veiliger is –de veiligste grootstad in de VS, volgens het FBI- en de verveling van suburbia velen de strot uit komt, komen steeds meer welstellenden terug in de stad wonen. Het is in de eerste plaats voor hen dat de High Line een park wordt. Dezelfde projectontwikkelaars die indertijd sakkerden op de verdedigers van de spoorweg, verdrummen elkaar nu om gebouwen te mogen neerpoten langs de toekomstige groene slinger. Er komen chique winkels, een hotel en 5500 flats waarvan de meeste een miljoen dollar of meer zullen kosten.Ook elders in de stad zijn er massa’s luxe-flatgebouwen in aanbouw. De grote vraag duwde vastgoedprijzen hoger dan ooit zodat het voor mensen met matige inkomens steeds moeilijker wordt om nog iets te kopen. Vooral als ze kinderen hebben. De woningen zijn te duur en te klein. Dat heeft op zijn beurt een migratie in gang gezet, van mensen die in New York werken maar ver buiten de stad gaan wonen, voorbij suburbia, naar waar het leven echt goedkoper is en ze twee keer zoveel ruimte vinden voor de helft van de prijs. Maar de medaille heeft natuurlijk een keerzijde. De broodwinner moet vaak om vijf uur ‘s ochtends met bus, trein en/of auto naar de stad te pendelen en is ‘s avonds voor acht uur niet thuis. In andere grootsteden zoals Boston, Washington, Los Angeles en San Francisco zijn dezelfde migraties aan de gang. In California was de hoge vastgoedprijs de voornaamste reden waarom een half miljoen mensen er vorig jaar weg trokken.

Waar gaan al die Amerikaanse nomaden naar toe? Een relatief nieuwe aantrekkingspool zijn kleinere steden die door industrieel verval verkommerd waren. Zo hebben NewYorkers verpauperde stadjes met roestende staalfabrieken in Pennsylvania en Bostoners oude textielstadjes in New Hampshire nieuw leven ingeblazen. Ook dat heeft een weerbots: vastgoed wordt er duurder en onbetaalbaar voor de oorspronkelijke, armere bevolking.

Zelf zou ik in elk geval liever naar zo’n industrieel stadje trekken dan naar een ‘exurb’, het andere alternatief voor veel stedelingen. Exurbs zijn nieuwe woongebieden die aan een ontstellend snel ritme verrijzen op in de steek gelaten landbouwgrond, in bossen en woestijnen. Twee jaar geleden logeerde ik op zo’n plaats in de woestijn buiten Phoenix, de metropool die samen met Las Vegas de lievelingsbestemming is voor ex-Californiers. Natuurlijk kan je er zonder auto niet leven. De tocht er naar toe van de luchthaven van Phoenix, langs honderden uniforme ‘developments’, leek eindeloos. Mijn plaats van bestemming was een van de vele ommuurde wijken met een bareel aan de ingang en bewakers in politieachtige uniformen. De villa’s waren zo groot dat ze op mijn lachspieren werkten. Waar ik verbleef waren ook de meubels ‘super-sized: extra-grote onhandige stoelen, tafels en kasten, want meubels van gewone afmetingen zouden zo nietig staan in de op ridderzalen lijkende kamers. “In de drie jaar die we hier wonen zijn er heel veel mensen bijgekomen”, klaagde mijn gastvrouw, “dat betekent meer huizen, meer shopping malls, meer schoolkinderen, meer verkeer…’ Om daaraan te ontsnappen, zo vertelde ze me later, had haar man een stuk grond gekocht, een heel eind verder in de woestijn. “We gaan er een adobe-huis bouwen.” Maar de expansie achtervolgt haar: anderen gaan naast hen bouwen. “Op zijn minst zal iedereen een hectare grond hebben”, zegt ze.

Hoe ver al die expansie kan gaan, weet niemand. Op 16 december werd in de Central Valley in California, een zwaar vervuild landbouwgebied, een wet goedgekeurd die projectontwikkelaars verplicht om minder vervuilende machines te gebruiken, energie-efficiente woningen te bouwen en fietspaden en minder dorstige tuinen aan te leggen. De boetes zijn belachelijk klein maar het is een begin. Zonder strikte regelingen ziet de toekomst er hallucinant uit. De bevolking van Las Vegas zou tegen 2020 stijgen naar 3 miljoen. Dit in een woestijn waar het gemiddeld 10 centimeter regent per jaar. De stad heeft haar zinnen gezet op het ondergrondse water in het noorden van Nevada. Om dat naar Las Vegas te krijgen, zou een 2 miljard dollar kostende pijpleiding worden aangelegd. Dat zou het grootste ondergrondse waterproject in de geschiedenis van Amerika worden. De bouw zou 15 jaar in beslag nemen. Tegen dan zou de watervoorraad echter grotendeels opgesoupeerd kunnen zijn door de goudmijnen uit die streek. De grootste alleen al pompt elke dag 38 miljoen liter water uit de grond. Dat water komt terecht in bovengrondse, artificiele meren maar die zijn vergiftigd door een cocktail van arsenicum, kwik en selenium. Wetenschappers die voor Nevada werken, schatten dat het 150 tot 200 jaren kan duren voor de natuur het grondwater terug kan aanvullen. Meer dan een woestijnstad is in de loop van de geschiedenis onder het zand bedolven. Dat Amerika’s snelst groeiendste steden, Las Vegas en Phoenix, hetzelfde lot zouden kunnen ondergaan, lijkt voorlopig nog een Hollywood-fantasie. Of niet?



Januari 2006