Mister Clean

Op Kerstavond had ik vier Belgische studenten in huis. Omdat ik eerder terloops had vermeld dat we al in geen maanden naar de bioscoop waren geweest, gaven ze ons een geschenkbon goed voor enkele filmbeurten. Een fijne attentie zelfs voor twee tegendraadse consumenten die de kersttornado over zich heen laten waaien. Zelf hadden we geen geschenkjes voorzien. Geen nood. Ik trok een lade uit een kast en deponeerde ze op tafel. "Hier", zei ik, "bedien u". "Echt?", vroegen de gasten. Echt. In de lade lagen minstens vijventwintig paar handschoenen varierend van fijne witte cashmere tot dikke waterdichte skihandschoenen. Ik trok een andere volgepropte lade uit de kast. "En hier", zei ik, "kies jullie ook een muts". Het jolig volkje was daarop minstens een half uur bezig met kiezen en passen. Intussen vertelde ik het verhaal achter mijn twee volle laden. De New York-marathon vertrekt in een park op tien minuten van hier. De deelnemers moeten al vroeg verzamelen. Ze zijn warm ingeduffeld omdat het begin november al flink koud kan zijn. Als het startschot afgaat, ligt het park bezaaid met slaapzakken en kleren. Dit jaar liepen er 37.000 mensen mee. Dat betekent een kolossale hoop achtergelaten spullen. Aan de lopers wordt gezegd dat hun gerief naar liefdadigheidsorganisaties gaat. Dat is gedeeltelijk waar. De eersten die het terrein opmogen na de start zijn de vrachtwagens van het Leger des Heils. Eens die volgepropt zijn, mag het gewoon volk het park binnen. Ook ik ga elk jaar spullen rapen. Ik was ze en hop, we hebben weer nieuw wintergerief. Hoeveel kleren de mensen ook wegzeulen, elk jaar blijft er nog veel liggen dat door de vuilnisdienst wordt weggehaald.

Ik schrijf dit enkele weken na kerstmis. Intussen werd in mijn buurt, niet ver van mijn kasten vol warme gratis kleren, een dakloze man doodgevroren in zijn auto gevonden. Een van de vele absurditeiten van het leven in een wegwerp-maatschappij.

Volgens een nieuw rapport van Cambridge University getiteld "Well Dressed?" geven consumenten jaarlijks een biljoen dollar uit aan kleren en textiel, waarvan een derde in West-Europa, een andere derde in Noord-Amerika en ongeveer een vierde in Azie. Steeds meer van die kleren vallen in de categorie van 'fast fashion', met het 'fast' van in 'fast food'. De spullen kosten weinig, je draagt ze even om ze dan zonder hartzeer te vervangen door iets anders goedkoop van de allerlaatste mode. Het idee van afdragertjes is voor kinderen van welvarende gezinnen ondenkbaar geworden. Jammer want het was een efficiente vorm van recyclage.

Kleren -vooral van het goedkope wegwerpsoort a la H&M, of Old Navy en Target in Amerika- doen niet alleen de vuilnisbelten groeien, ze vervuilen ook het milieu tijdens hun productie en door hoe we ze schoon houden. Volgens de onderzoekers van Cambridge kunnen milieu-bewuste mensen hun geweten niet sussen door enkel 'natuurlijke vezels' zoals pesticiden-vrij katoen te kopen. Katoenen kleren moet regelmatig warm tot heet gewassen worden waarna ze vaak in de droogkast gestopt worden en tenslotte gestreken. Een simpele t-short zorgt voor heel wat koolstofuitstoting. Zestig procent daarvan komt van 25 was- en droogbeurten in de machine, stelde het Cambridge-rapport vast. Polyester daarentegen vergt meer energie om te produceren maar het wast en droogt in een wip. Veel mensen, ik inbegrepen, vinden honderd procent polyester echter niet zo lekker op de huid. Om katoen echt milieuvriendelijk te maken zou het volgens de researchers van Cambridge moeten behandeld worden zodat het minder makkelijk geuren absorbeert en aan een veel lagere temperatuur kan gewassen worden met speciale detergenten. Voorlopig is het nog wachten op de nodige nieuwe technologie. Intussen zal de klerenberg blijven groeien. 'Groen denken' over kleren is aan de meeste consumenten nog niet besteed. In New York zie ik heel het jaar door voorbeelden van mensen die het makkelijker vinden om kleren bij het huisvuil te zetten dan ze naar een recyclagecentrum of liefdadigheidsinstelling te brengen. Sommige winkels doen een inspanning om klanten aan te zetten om hun oude kleren mee te brengen in ruil voor korting op nieuwe aankopen. Maar voorlopig zijn het witte raven. Mijn grootmoeder die zonder het te beseffen in veel opzichten 'groen' handelde, had gelijk toen ze zei dat het beter was van een degelijker en duurder kledingstuk te kopen waar je vele jaren goed zou mee zijn. Ze was daarbij een specialiste in hardnekkige vlekken verwijderen want ze had de maling aan droogkuis die volgens haar kleren alleen maar deden stinken. De researchers van Cambridge raden ons aan om terug te doen wat voor de generatie van mijn grootmoeder heel normaal was. Van aan mijn bureau zie ik de rookpluim van ‘Mister Clean’, de droogkuis van onze buurt. Verleden week ging ik er een trui afhalen; hij zag er zo goed als nieuw uit. Ik had hem binnengebracht met drie hardnekkige vlekken die al mijn verwoede pogingen –mijn grootmoeder in gedachte- om hen te doen verdwijnen weerstaan hadden. Er stond een vrouw voor me die net dertig mannenhemden, elk op een hanger en afzonderlijk verpakt in plastiek, kwam afhalen. Niets ongewoon in New York waar je om de haverklap een droogkuis tegenkomt. Iemand die vooruit wil geraken in het leven kan eenvoudigweg geen twee dagen na elkaar met dezelfde kleren aan op kantoor verschijnen. Vandaar dus een vers kraaknet hemd voor elke dag van de maand. Ik mag er niet aan denken hoeveel chemische rommel er ten behoeve van de New Yorkse netheids-manie elke dag in de lucht wordt gepompt. Milieu-activisten hebben al vaak om vriendelijker alternatieven geroepen voor het kankerverwekkend perchlooretheen, het meest gebruikte chemisch reinigings-product. Californie heeft net aangekondigd dat ze het goedje volledig wil verbieden tegen 2023. Vanaf volgend jaar mogen de stomerijen in die staat geen machines meer kopen die het product gebruiken. Tegen 2010 moeten alle machines die ouder dan 15 jaar zijn vervangen zijn. Voorlopig wordt er in Californie nog druk gedebateerd over het veiligste en efficientste alternatief. In New York is er nog geen enkele stap gezet om het gif te beperken en ook de federale regering laat betijen. Bush is voor ‘laissez faire’ wat het milieu betreft. De enige maatregel die tot nu toe werd afgekondigd is dat perchlooretheen tegen 2020 verboden zal zijn in stomerijen die in flatgebouwen zijn ondergebracht. Zelfs in New York slaat dit maar op een fractie van de droogkuis-zaken. ‘Mister Clean' die ik vanuit mijn raam kan zien, is er alvast niet bij.



februari 2007