Het is rond de dertig graden. Een hittegolf-temperatuur voor Belgie maar niets uitzonderlijk voor zomers New York. Ik wandel op Fifth Avenue en schiet in een lach: Bij Bergdorf Goodman, een van de duurste New Yorkse grootwarenhuizen, zijn de etalagepoppen uitgedost in lange glinsterende avondjurken met daarboven korte capes van weelderig sneeuwwit en zilvergrijs bont. Wiens hoofd staat er in dit subtropisch weer naar bont? Het antwoord wordt net uit een zwarte limousine geholpen door een van Bergdorf Goodmans knappe portiers. Ze draagt een kort wit jeansjasje met een wit bonten kraagje, daaronder een wit truitje van cashmere, een strakke, witte jeans en gouden laarsjes met hakken van hier tot ginder. Bij een gewone sterveling zoals ik doet de vochtige hitte de huid glimmen en het haar kleven maar niet bij deze blonde mevrouw. Haar kapsel en make-up zien er bovenaards perfect uit. De portier zwaait de deur van de winkel voor haar open als ik voorbij loop. Even voel ik een wolk koude lucht op mijn huid, dan gaat de deur weer dicht. Waarom was die dame zo warm gekleed? Omdat ze wellicht van haar airco-gekoeld huis, in haar airco-gekoelde slee recht in de airco-gekoelde winkel is binnengestapt. Bergdorf Goodman werd onlangs uitgeroepen tot de “coolste’ winkel van New York. Letterlijk. Ook al is het buiten 38 graden, bij Bergdorf is het altijd 20 graden. Dure winkels, restaurants en hotels overdreven koud houden is een status-symbool in Amerika. Hun klanten kleden zich er op. Krijg je kou, dan weet je dat je er niet thuis hoort. Er zijn managers die hun kantoren brutaal koud maken om bezoekers ongemakkelijk te doen voelen. En in Guantanamo zouden Amerikaanse ondervragers verdachten langdurig aan extreme airco-kou blootstellen. Zelf vind ik het ook een foltering. Ik voel me snel miserabel als ik in mijn zomerplunje in een overdreven koude ruimte moet zitten. Al die verspilling van energie, denk ik dan. Mijn New Yorkse electriciteitsmaatschappij die nochtans niet liever heeft dan dat we onze huizen zo koud mogelijk houden in de zomer, stak deze maand een brochuurtje bij mijn rekening. “Each degree setting on a thermostat below 78 degrees (25,5 graden Celsius) increases energy consumption by 8 percent” stond er in. Zelf heb ik het geluk dat mijn –weliswaar bescheiden- huis ramen aan de vier kanten heeft en uitzicht over de baai van New York.
Slechts in een kamer, het kantoor van mijn partner, is er airco. Het ding wordt zelden aangezet. De bries van over het water is meestal genoeg om de temperatuur draaglijk te houden. Er zijn veel manieren om woningen op natuurlijke wijze koel te houden maar begin daar maar eens aan in een stad als New York waar de meerderheid van de bevolking in hoogbouw woont of werkt. Dan zwijg ik nog over waanzinnig groeiende steden in de woestijn zoals Las Vegas of Phoenix. Alleen dankzij airco kan de mensheid zich veroorloven om daar massaal te leven. Ik weet het wel. Airco redt ook levens. In hospitalen en bejaardentehuizen bijvoorbeeld. Onlangs bezocht ik het Tenement Museum in de Lower East Side in New York. Je krijgt er een beeld van hoe immigranten leefden in wat toen een van de dichtstbevolkte sloppenwijken ter wereld was. Ik stond er in een typisch flatje van die tijd: een voorkamertje dat doorgaans werd verhuurd voor extra-inkomen, daarachter een keukentje zonder buitenramen en dan daarachter nog een slaapkamertje –ook zonder buitenraam- voor heel het gezin. “De temperatuur liep vaak op tot in de veertig graden”, zei de museumgids, “de kolenkachels in de keuken brandden niet alleen om te koken maar ook om de strijkijzers op te warmen die de immigranten nodig hadden voor stukwerk.” Op de warme namiddag van mijn bezoek brandde er gelukkig geen kachel. De twee open ramen in het voorkamertje aan de straatkant en een ventilator deden hun best om de bezoekers af te koelen. Met matig succes. Een dame werd onwel en moest uit het pand worden geholpen. Zieke mensen, frele bejaarden, baby’s: de doden waren hier vroeger niet te tellen. Vroeger is nog niet zo lang geleden. De eerste electrische centrale in New York dateert van 1882. IJs was toen de enige bron van koelte en niet zo goedkoop. IJs oogsten was arbeidsintensief en de blokken namen veel opslagplaats in. In New York werd dat ijs vooral door brouwerijen en centrale voedingsopslagplaatsen gebruikt. Het eerste gebruik van ijs voor wat men “comfort cooling” heette, dateert uit 1880. Een ijsjesverkoper van Staten Island had een primitief systeem uitgevonden waarmee hij de eetzaal van een hotel afkoelde met lucht die over ijs werd geblazen. Tegen het eind van de jaren 1880 gebruikte Madison Square Garden 4 ton ijs per avond om het publiek koel te houden. In 1889 pastte de toen nieuwe concertzaal Carnegie Hall dezelfde methode toe. Het systeem was ver van ideaal. Koude lucht een volle zaal injagen is een ding, het publiek droog houden, een ander. Het water droop van de muren en de plafonds.
In Amerika zie je overal airconditioners van het merk Carrier. Willis Carrier was de uitvinder van de eerste echte airconditioner. In 1902 installeerde hij zijn eerste machine in een drukkerij in Brooklyn. De airco moest de vochtigheid in de lucht controleren zodat de inkt beter aan het papier bleef kleven. Het werkte en de mensheid had weer een uitvinding bij waarvan ze de gevolgen niet kon voorzien. De energieverspilling liet niet op zich wachten. Het duurde niet lang of New Yorkse luxe-bioscopen zetten hun deuren ‘s zomers wagewijd open om puffende voorbijgangers met koele ‘reclamelucht’ binnen te lokken. De massaproductie van airco voor thuisgebruik kwam pas op gang na de tweede wereldoorlog. “Het is bewezen dat gezinnen die in huizen met airco wonen, langer slapen in de zomer, meer genieten van hun maaltijden en meer vrije tijd hebben”, beweerden de reclamefolders. Wat ze de kopers van airco niet vertelden, was dat ze met hun machines ook CFC in huis haalden, een goedje dat de ozonlaag mee om zeep helpt waardoor de aarde opwarmt en ze nog meer airco willen. In 1987 werd het Montreal Protocol voor de bescherming van de ozonlaag ondertekend. Het zou nog zeven jaar duren voor de VS de productie van CFC staakte. Een druppel op een hete plaat misschien maar alle druppels helpen.
9 juli 2005