Mijn vader was vrachtwagenchauffeur. Hij werkte lang voor een boomkweker. "Als je langs een autoweg in de Ardennen of Frankrijk rijdt dan is de kans groot dat je bomen ziet staan die ik daar heb gebracht", zei hij trots. Hij hield van bomen. Het is een van de vele redenen dat het me spijt dat hij nooit in New York is geraakt. Ik hoor het hem al zeggen: "Er zijn hier verdorie veel meer bomen dan ik verwacht had." Volgens de laatste officiele boomtelling groeien er in de 1700 grote en kleine parken, langs de straten en in de voor- en achtertuintjes van New York City maar liefst 592.130 bomen. In een gemiddeld jaar plant de stad er 8.000 . Een aantal daarvan vervangen dode of zwaar beschadigde bomen mar het totaal blijft groeien. In 2007 kwam burgemeester Bloomberg met zijn "plaNYC" op de proppen: 127 maatregelen om van New York een groene, minimaal vervuilende stad te maken. Zo zou er tegen 2017 één miljoen bomen bij geplant worden. Dat zijn vele vrachtwagens vol. Onder grote media-belangstelling plantte de burgemeester samen met actrice en milieu-activiste Bette Middler in 2007 de eerste "plaNYC" boom. Twee jaar later, afgelopen 9 oktober, poseerden ze beiden met een schop in de hand om de 250.000ste boom te planten. In mijn straat hebben we vorig jaar 26 van dat kwart miljoen bomen gekregen. Vier daarvan vervangen de 90-jarige platanen die sneuvelden toen een kleine tornado door ons straatje raasde. Vier andere kwamen in de plaats van de sierperelaars die hier niet oud zijn kunnen worden. In de jaren tachtig was de sierperelaar in heel de stad de rage omdat hij zo snel groeide. Maar dat voordeel bleek na enkele jaren een nadeel want de zwaarste takken knapten af bij de vleet.
Een miljoen bomen erbij, het is geen habbekrats. Adrien Benepe, hoofd van de New Yorkse parkdienst, is de eerste om dat te erkennen. “We hebben gewoon niet genoeg publieke eigendom om zoveel bomen op te planten”, zegt hij, “iedereen -bedrijven, scholen, alle Newyorkers- moet meehelpen”. Elke New Yorker die een suggestie heeft om een boom te planten op stadseigendom kan een aanvraag indienen bij de stedelijke 'Forestry Service'. Een boomexpert komt dan kijken of de plaats geschikt is en een tijd later verschijnt een vrachtwagen en het nodige personeel dat de boom in de grond stopt.
Maar je hebt altijd mensen die in bomen vijanden zien. Zo haalde de 76-jarige Irene McKenzie onlangs het nieuws door haar resoluut verzet tegen het planten van twee boompjes op het voetpad voor haar huis. "Ik heb last van allergieen", zei ze, "en bovendien zullen nu nog meer honden hun ding doen voor mijn huis." Een bejaarde heer in Harlem ging in zijn zondags pak in de pas gegraven put ging staan toen de parkdienst een boompje voor zijn huis wou planten.Tja, wat kun je dan doen? De put werd dicht gesmeten. Je hebt ook mensen die geen bomen voor hun huis willen omdat ze bang zijn dat de wortels de voetpaden zullen beschadigen en zij met de boetes en rekeningen voor het herstel zullen worden opgezadeld. Zelf kan ik alleen maar zeggen dat het voor mij een feestdag was toen de stad enkele jaren geleden een linde voor mijn deur plantte. Mijn boompje doet het overigens uitstekend.
Maar wat burgemeester Bloomberg geeft met de ene hand, neemt hij terug met de andere, klagen milieu-activisten. Er komen veel jonge boompjes bij maar intussen worden stukken park verkocht om de stadskas aan te dikken waardoor al honderden gezonde grote bomen sneuvelden. Onlangs nog liet hij 13 mooie grote bomen kappen in het kleine, drukbezochte Unions Square Park om plaats te maken voor een restaurant. Voor het nieuwe Yankee Stadium in de Bronx liet hij, ondanks fel protest van de omwonenden, 400 bomen in twee parken verdwijnen. Het onvergeeflijkst van al vinden boomliefhebbers de toelating die de stad begin oktober gaf aan Ray en Ann Rombone uit Queens om de Douglastons's White Oak in hun voortuin te vellen. De boom werd op 600 jaar geschat, de oudste van de stad. Hij was zwaar beschadigd tijdens een storm in augustus die ook tientallen bomen in Central Park ontwortelde. Een tak, groter dan de meeste bomen in de rest van hun straat, was op het dak van de Rombone's gevallen. Het stel woont sinds 2005 bij de eik. De vorige eigenaars hadden hem versterkt door kabels te spannen tussen de takken en holten in de stam op te vullen met cement. Buren en boomliefhebbers uit heel de stad smeekten de Rombone's om op hun beurt hun uiterste best te doen om de boom te redden maar het mocht niet zijn. De 21 meter-hoge reus met zijn stamomtrek van 5,5 meter ging tegen de vlakte. Het was enkele dagen na deze boommoord dat Bloomberg in een andere wijk van Queens zijn 250.000ste boom plantte. Dat was mooi maar ik pinkte een traan weg voor de reus die al twee eeuwen oud was toen de eerste Europese immigranten hier hun bijlen boven haalden om plaats te maken voor een nederzetting die zou uitdeinen tot de waanzinnige menselijke bijenkorf New York. De witte eik heeft het allemaal meegemaakt.
Oktober 2009