Viva José

“Op een avond zaten we met vrienden in de keuken te babbelen” vertelt mijn vriendin Dany, “de deur stond op een kier want we waren aan het roken. Plots zag ik een snuitje verschijnen. Ik dacht dat het een hond was. Ik ging kijken en er stond toch wel een vosje op het terras! Het was een heel koude winter. Het beestje was graatmager en zijn staart was kaal.” Ik zit met Dany in dezelfde keuken in haar huisje in een bergdorpje in Corsica. Ze heeft net opgesomd welke diersoorten er allemaal op het eiland leven zoals de moeflon, het enige wilde schaap in Europa, wilde varkens, herten, de lammergier, de visarend en de Hermann-schildpad die bijna verdwenen is in Frankrijk. Als New Yorker wil ik natuurlijk niet onderdoen. “Bij ons zitten er ook allerlei dieren hoor”, zeg ik. “Natuurlijk”, lacht ze, “ratten en muizen.” “Daar zijn er inderdaad veel van”, geef ik toe, “maar alleen al in mijn tuintje in Staten Island zie ik regelmatig wasbeertjes, opposums en eekhoorntjes. Enkele maanden geleden heb ik er zelfs wilde kalkoenen gezien. Ze waren met twaalf. Fazanten zitten er ook in het groen op de heuvel achter mijn huis. Enkele weken geleden zag ik bij mijn buurman in de top van een hoge boom een havik zitten. Al die dieren zitten ook in Central Park. Verleden jaar heeft de parkdienst daar een coyote (prairiewolf) gevangen. Die was wellicht uit de bossen ten noorden van de stad naar de parken van de Bronx gekuierd om vandaar naar Manhattan te zwemmen. De laatste jaren werd er ook af en toe een hert gesignaleerd op Staten Island. Verder is het water in en rond New York zoveel verproperd dat er opnieuw zeehonden zwemmen. We hebben zelfs opnieuw bevers!” Dany kijkt me een beetje ongelovig aan maar ik zweer haar dat ik niets uit mijn duim heb gezogen. Of toch bijna niets. Wat die bevers betreft had ik eigenlijk geen meervoud mogen gebruiken. Voor zover we weten hebben we er voorlopig slechts één. Eind februari was hij het nieuws van de dag in New York. Een bioloog van de Bronx-Zoo fotografeerde hem terwijl hij aan het zwemmen was in de Bronx River op enkele stappen van een druk kruispunt. Een bever in het hartje van de South-Bronx! Als New Yorkse dierenliefhebber kun je niet anders dan dit fantastisch nieuws vinden. Vroeger wemelde het hier van bevers maar ze werden bijna uitgeroeid door bontjagers. De laatste werden, ruim twee eeuwen geleden, weggejaagd door de landbouw. Tot een stuk in de jaren negentig was de Bronx River nog een stinkende nachtmerrie. Op de oevers en de bodem lag het vol autowrakken, banden en andere rotzooi. Dan slaagde José Serrano, de Puertoricaanse Congresafgevaardigde van de South-Bronx, erin om 15 miljoen dollar overheidssubsidie los te peuteren voor de restauratie van de rivier. Er volgde een grote schoonmaak. De nieuw-aangeplante oevers en het zuiverder water trokkken dieren aan, waaronder de fel-opgemerkte bever die, ter ere van Serrano, ‘José’ werd gedoopt. Vorige herfst al rapporteerden inwoners van de Bronx dat er een bever in hun rivier zwom. Biologen dachten dat ze zich vergisten en wellicht een muskusrat hadden gezien. Maar toen ze zelf een kijkje gingen nemen, ontdekten ze afgeknaagde boomstammen en, onder water, een driemeter-breed beverhuis gemaakt van takken en modder. Bevers kregen ze echter niet te zien. Vreemd was dat niet want de dieren zijn schuw en vermijden mensen. Bovendien zijn ze vooral ‘s nachts actief. Behalve dan José die blijkbaar graag overdag zwemt. Het is niet onmogelijk dat er in zijn beverhuis ook een vrouwelijke bever woont, ook al heeft nog niemand ze gezien. Indien niet, zal José zich misschien een beverwijfje gaan zoeken om in zijn stadswoning een bevergezin te stichten. Dat zou mooi zijn. New York is de bever heel wat verschuldigd. Het was de handel in beverpelsen die Nieuw Amsterdam en later New York rijk maakte en spectaculair deed groeien. Vandaar dat de bever op het wapenschild en de vlag van de stad prijkt en ook tot ‘officiel dier van de staat New York’ werd verkozen. Het wemelt van de bever-verwijzingen in New York: Er is een Beaver Street tussen Broadway en Wall Street; Astor Place, het metrostation genoemd naar een New Yorkse familie die fabelachtig rijk werd met beverbonthandel, is versierd met mozaieken waar bevers op staan afgebeeld; de bijnaam van de sportploegen van de stadsuniversiteit is de ‘Beavers’…maar echte bevers waren er niet meer tot José opdook. Dat het taaie beest uitgerekend de Bronx River uitkoos voor zijn comeback is misschien een goed voorteken. Het nog niet zo lang geleden zwaar vervuilde riviertje doet het spectaculair goed. Er zwemmen nu al vijfenveertig soorten vissen in en langs haar dertien kilometer-lange oevers worden steeds meer kalkoenen, herten en coyotes gerapporteerd. Het lijken misschien Indianen-verhalen voor wie de naam ‘New York City’ enkel asfalt, beton en uitlaatgassen oproept. Toch zijn ze echt.



April 2007