Het oog van de storm

Katrina gaf New Orleans een vreselijke klap maar het had nog erger gekund. De kracht van de orkaan was het felst 50 km ten oosten van de stad, in Pearlington, Mississippi. Al voor Katrina was dit dorp het armste in de armste staat van het land. Zes maanden na de orkaan, is er nog steeds geen stromend water, geen school of postbedeling in Pearlington. Het puin ligt op veel plaatsen nog precies waar de wind en het water het gedeponeerd hebben. Voor de storm woonden er 2000 mensen, nu nog 600. De meesten zijn bejaard. Sommigen zien het niet meer zitten om nog naar ergens anders te verhuizen. Anderen zijn er te zwak of te arm voor. Op de overheid rekenen ze al lang niet meer. Ze helpen elkaar zo goed en kwaad als het gaat bijgestaan door vrijwilligers zoals Barbara en Ricky Crow. Het gepensioneerd stel zakte enkele weken geleden af uit Kentucky. Ze zijn aan het werk in de enige winkel van dorp: “de “Pearl Mart”, een woordspeling op Wal-Mart. “We will not be undersold”, staat er op een bordje. Dat is de gebruikelijke reclameslogan van winkels die beweren dat hun prijzen de laagste zijn. In “Pearl Mart” is dat geen leugen. “Alles wat je ziet, is geschonken door individuen of bedrijven”, vertelt Barbara terwijl ze me rondleidt in een oude schoolturnzaal langs rekken gevuld met etenswaren, kleren en huisgerei. “Alles is gratis. Zonder deze plaats zouden de bewoners niet kunnen overleven”. Ze wijst naar een hoek waar flessen bronwater achter een omheining staan. “We zijn verplicht om het drinkwater te rantsoeneren”, zegt ze, “We hebben er altijd tekort. Dat maakt me zo kwaad als ik bedenk hoeveel geld ons land al aan de oorlog in Irak heeft uitgeven.” Rond de winkel is intussen een kamp gegroeid met een veldkeuken, een kliniekje, een wasserij, stortbaden en de tenten en mobile homes van een wisselende ploeg van vrijwilligers. James Burdon is net zijn dagelijkse warme maaltijd komen ophalen. Hij is een zwarte man, een weduwnaar van 89. “Ik ben alles kwijt”, vertelt hij met de berusting van iemand die al veel heeft meegemaakt, “maar vorige week heb ik eindelijk een woonwagen van FEMA gekregen. Je krijgt die pas als je water hebt. Gelukkig hebben vrijwilligers een waterput voor me gegraven. Anders had ik nog steeds geen dak boven het hoofd.” James ging tijdens de furie van Katrina samen met andere dorpsbewoners schuilen in het nabijgelegen Stennis Nasa Space Center. Dat is, over veel geld gesproken, de grootste testplaats voor raketten van Amerika. “Sommige mensen werden door het water overvallen en vluchtten in de bomen als eekhoorns”, vertelt James, “ik ben blij dat ik nog leef.” Hoe hachelijk het in Pearlington moet geweest zijn op de dag dat Katrina voorbij stormde, vertellen de muren van de turnzaal. Een bruine streep geeft aan hoe hoog het water steeg. Ze loopt twee meter boven de begane grond.

Jacqueline Goossens