New Orleans feest tussen pijn en puin

New Orleans was een paradijs voor surrealisten dinsdag. Terwijl het grootste deel van de stad nog in puin ligt –hele wijken ogen nog steeds alsof er een atoombom op is gevallen- werd er in het stadscentrum gefeest alsof er geen morgen meer bestond.

“Happy Mardi Gras!” De kreet was voortdurend in de lucht. Niet alleen de toeristen maar ook vele bewoners uit de armere, door de orkaan zwaar getroffen wijken kwamen naar het centrum, vastbesloten ‘to let the good times roll”.

Vanop de praalwagens die door St Charles Avenue rolden gooiden gemaskerde mannen in bonte pakken tonnen kralensnoeren en andere blinkende prullen naar de uitgelaten, dicht-opeengepakte massa toeschouwers. Op vette dinsdag, de climax van karnaval, was het de beurt aan de twee grootste ‘krewes’, zoals de genootschappen die de stoeten organiseren genoemd worden: Zulu (de enige zwarte krewe) en ‘Rex’, de koning van karnaval. De burgemeester was ook van de partij, in militair uniform reed hij op een wit paard voor de Zulu-stoet. Behalve die enorme stoeten waren er nog tientallen kleinere; sommige niet meer dan een jazzfanfare gevolgd door een uitbundig dansende menigte.

Niet iedereen in New Orleans was blij met het feest. Volgens een poll van CNN vond 22 procent van de bewoners het ongepast om een half jaar na de ramp al de bloemetjes buiten te zetten. “Het is als dansen op verse graven”, zei Jedda Jones, een oudere zwarte dame die haar traditie om op Mardi Gras een buurtfuif te geven dit jaar niet voortzette. “Waarom besteedt de stad drie miljoen dollar aan Mardi Gras terwijl er zoveel dringender noden zijn? Waarom praalwagens bouwen terwijl we geen huizen meer hebben? Waarom tonnen nieuwe afval maken terwijl de afval van de orkaan nog steeds niet is opgeruimd?” Of zoals burgemeester Ray Nagin te horen kreeg op een informatie-avond voor refugees uit New Orleans in het naburige Baton Rouge: “waarom Mardi Gras vieren als we er niet eens zijn?’ Het korte antwoord luidt: voor de poen. In een normaal jaar brengt karnaval New Orleans 900 miljoen dollar op. Dit jaar ligt dat bedrag veel lager. Slechts een derde van de restaurants was open en van de 25000 hotelkamers die de stad voor Katrina had, waren er slechts 15000 beschikbaar. Geschat werd dat er dit jaar minder dan 700 000 feestvierders in New Orleans waren, een half miljoen minder dan vorig jaar.

Zelfs Cheryl Wheeler, de koningin van de Zulu-krewe had haar twijfels. “Ik maakte me zorgen dat Amerika ons zou zien feesten en zou denken dat alles weer OK is in New Orleans, dat we geen hulp meer nodig hebben”, zei ze voor haar krewe uitrukte. Maar de grote media-belangstelling voor het feest zette ook de pijn van New Orleans in de verf. De dag voor Mardi Gras wemelde het van de cameraploegen en andere journalisten in de verwoeste stukken van de stad. Velen waren onder de indruk dat de ellende zes maanden na de ramp nog zo groot was. Het grooste deel van de stad is nog onbewoonbaar en de meerderheid van de inwoners kon nog niet terugkeren. Het huis van de koning en koningin van de Zulus in East New Orleans stond ook onder water en sindsdien wonen ze in het verre Dallas. “We zijn alles kwijt”, vertelde Cheryl, “al onze herinneringen aan dertig jaar karnaval. Maar we zijn zo blij om thuis te komen. Mardi Gras geeft de New Orleanians een reden om terug te keren.” Velen refugees deden dat en zagen hun buren en vrienden voor het eerst sinds Katrina terug. Langs de paraderoute waren er dan ook heel wat intense omhelzingen. “Het is een kleinere Mardi Gras dan gewoonlijk”, observeerde Larry Dejean met tranen in zijn ogen, “maar zoveel emotioneler”.

Op vragen over de zin of onzin van het feest, antwoordden vele bewoners dat Mardi Gras “de ziel” van New Orleans is, dat de stad het feest nodig had om weer recht te krabbelen, dat New Orleans al genoeg gestraft was en nood had aan pret, aan een uitlaatklep. “We hebben het in de eerste plaats nodig als psychologische stimulans voor onszelf”, zei burgemeester Nagin, “en in de tweede plaats om de wereld te tonen dat New Orleans herrijst, dat de toeristen hier welkom zijn.”

Aan sommige praalwagens kon je nog zien tot waar ze onder water hadden gestaan. Sommige krewes en fanfares moesten dit jaar forfait geven, andere smolten samen. Slechts 20 scholen zijn heropend met samen een zesde van de leerlingen die New Orleans voor de storm had. Er waren dan ook veel minder schoolfanfares. Ook de “Indianenstammen” waren uitgedund. De ‘stammen’ die namen dragen als “the Golden Comanches” en de “Red Hawk Hunters” zijn honderd jaar-oude zwarte genootschappen die paraderen in extravagante pluimenkostuums om de Indianen te eren die destijds onderdak gaven aan gevluchte slaven. Vele kostuums sneuvelden in de storm. Sommigen slaagden er in om nieuwe te maken, anderen liepen voor het eerst ‘ongemaskerd’ door de vernielde zwarte buurten.

Na de stoeten was de ‘French Quarter’, de oudste wijk van de stad, ‘the place to be’. Vele duizenden paradeerden er uitgedost in de meest waanzinnige plunjes – sommige weinig meer dan een likje verf, andere ingewikkelde kostuums waar maanden werk in zat. Velen droeg pakken die op een of nadere manier verwezen naar de ramp en de spot dreven met de locale corruptie en de trage respons van Fema, het federale agentschap verantwoordelijk voor rampenhulp. De populairste slogan verdraaide het afgezaagde “Make Love Not War” tot “Make Levees (dijken) Not War”.

‘s Nachts eindigde de party met het gebruikelijke bachanaal in Bourbon Street, waar de feestvierders op de smeedijzeren balkons en deze op straat kralen gooiden naar elkaar en vooral naar vrouwen die ze konden overhalen om hun borsten te tonen. Tuusen die massale openbare dronkenschap zeulden evangelische christenen met enorme kruisen, iedereen verwittigend dat ze in de Hel zouden belanden. “Katrina was maar een voorsmaakje”, brulde een dominee door zijn megafoon over de wilde muziek heen. Ondanks de chaos was het feest volgens de politie veel rustiger dan vorig jaar. Ze arresteerde slechts 450 herrieschoppers tegenover 1600 in 2005.

Na de fuif volgt de kater voor New Orleans. Net als in Irak gaat het herstel van de voorzieningen veel trager dan voorspeld. Woensdag 1 maart was de deadline voor de ontruiming van de twee cruise-schepen die langs de Mississippi-kade liggen gemeerd. Nog enkele duizenden vervoegen het leger van Katrina-daklozen. Zoals de refugees die in heel de VS verspreid zijn, wachten ze op een plan, op hulp om terug te keren. Nu het feest voorbij is, zal de discussie over de toekomst van New Orleans intens worden, ook al omdat er volgende maand locale verkiezingen zijn.

Tom Ronse